Home Formulieren

Formulieren: Farmacie

  • Moet ik een formulier gebruiken? (tabel bijlage 2)

    Raadpleeg eerst onderstaande tabel of een formulier voor u noodzakelijk is:

    nr Middel cf Bijlage 2 Rzv 01012018 Actie Groep
    1 Dieetpreparaten Verklaring  + apotheekcontrole per 01012018 3
    3 DK(T)P-vaccins Geen formulier 1
    4 Hepatitisvaccins (A, B, AB) Geen formulier 1
    5 Pneumokokkenvaccin Geen formulier 1
    8 Anti-retroviraal geneesmiddel Geen formulier 1
    9 Atorvastatine, fluvastatine,    rosuvastatine, ezetimibe geen formulier 1
    9 Simvastatine, pravastatine Geen formulier 1
    11 Granulocyt koloniestimulerende factor geen formulier 1
    13 Eliglustat geen formulier 1
    13 Imiglucerase geen formulier 1
    13 Velaglucerase Geen formulier 1
    14 Rabiesvaccin Geen formulier 1
    19 Palivizumab Geen formulier 1
    21 Clopidogrel geen formulier 1
    21 Prasugrel geen formulier 1
    23 Modafinil Geen formulier 1
    26 Thiazolidinedion (actos, pioglitazon rosiglitazon, troglitazon) Geen formulier 1
    27 daclizumab Geen formulier 1
    27 Erytropoëtine en analoga geen formulier 1
    27 Glatirameer Geen formulier 1
    27 Levodopa/carbidopa int. gel Geen formulier 1
    27 Interferon Geen formulier 1
    27 Interferon beta en gamma Geen formulier 1
    28 Ambrisentan, bosentan Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    28 Epoprostenol i.v. Beoordeling zorgverzekeraar 4
    28 Iloprost voor inhalatie Beoordeling zorgverzekeraar 4
    28 Macitentan Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    28 Riociguat Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    28 Sildenafil, tadalafil Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    28 Selexipag Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    28 Treprostinil subcutaan en iv Beoordeling zorgverzekeraar 4
    31 Miglustat geen formulier 1
    35 Zelfzorggeneesmiddelen Apotheekcontrole 2
    50 Ivabradine geen formulier 1
    51 Linagliptine Apotheekcontrole 2
    51 Saxagliptine Apotheekcontrole 2
    51 Sitagliptine Apotheekcontrole 2
    51 Vildagliptine Apotheekcontrole 2
    57 Benzodiazepinereceptor-agonist in orale of rectale toedieningsvorm Apotheekcontrole 2
    58 Exenatide, liraglutide Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    59 Dornase alfa geen formulier 1
    61 Romiplostim geen formulier 1
    64 Anticonceptiva Beoordeling zorgverzekeraar 4
    67 Antidepressiva Geen formulier 1
    70 Ticagrelor Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    71 Maagzuurremmers Apotheekcontrole 2
    74 Everolimus apotheekcontrole 2
    76 Fingolimod, cladribine Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    78 Tafamidis geen formulier 1
    79 Boceprevir, telaprevir geen formulier 1
    83 Teriparatide geen formulier 1
    84 Fidaxomicine geen formulier 1
    85 Albiglutide geen formulier 1
    85 Dulaglutide Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    85 Lixisenatide Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    86 Empagliflozine Apotheekcontrole 2
    87 Combinatiepreparaat bevattende elvitegravir-cobicistat-emtricitabine-tenofovir Geen formulier 1
    88 Mercaptopurine suspensie oraal Geen formulier 1
    90 Pirfenidon Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    91 Dimethylfumaraat Geen formulier 1
    91 Teriflunomide Geen formulier 1
    92 Leupropreline Apotheekcontrole 2
    93 Dapagliflozine en canagliflozine Apotheekcontrole 2
    94 Eltrombopag geen formulier 1
    95 Rivaroxaban geen formulier 1
    98 Febuxostat Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    100 Ivacaftor Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    101 Dabigatran & Apixaban geen formulier 1
    102 Linaclotide Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    103 Edoxaban geen formulier 1
    104 Nintedanib Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    105 Tioguanine geen formulier 1
    106 Evolocumab Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    107 Fampyra Per 1 april 2018 uit het verzekerde pakket  
    108 Dexamfetamine Geen formulier 1
    109 Sacubitril / valsartan (Entresto) Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    110 Alirocumab Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    111 Rifaximine Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    112 Combinatie basale insuline - glp1-agonist Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    113 tolvaptan Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    114 lumacaftor / ivacaftor Artsenverklaring + apotheekcontrole 3
    115 idebenon apotheekcontrole 2
  • Waarom zijn er formulieren voor geneesmiddelen?

    Sommige geneesmiddelen worden alleen onder bepaalde voorwaarden vergoed uit de basisverzekering. Dit om redenen van gepast gebruik en doelmatigheid. Deze geneesmiddelen zijn opgenomen op Bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering (Rzv). De controle op deze voorwaarden is een verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars: zij doen dat voor een beperkt aantal Bijlage-2-geneesmiddelen.  Voor de uitvoering van de controle dienen voorschrijvers dan een formulier (artsenverklaring) in te vullen en te ondertekenen, dat de verzekerde inderdaad voldoet aan de bijlage 2 voorwaarden. De apotheek voert in sommige gevallen een controle uit op het type voorschrijver, de medicatiehistorie of patiëntkenmerken.

    Het voordeel van deze werkwijze is dat de patiënt niet hoeft te wachten op een machtiging van de zorgverzekeraar en dat alle zorgverzekeraars dezelfde formulieren hanteren.

     

  • Wie bepaalt of een geneesmiddel op Bijlage 2 komt?

    De overheid bepaalt of een geneesmiddel op Bijlage 2 komt, niet zorgverzekeraars.

  • Wie is er verantwoordelijk voor de formulieren?

    De formulieren worden gepubliceerd op Znformulieren.nl.  om er voor te zorgen dat ze voor iedereen makkelijk te vinden zijn. Zorgverzekeraars zijn echter individueel verantwoordelijk voor het eigen beleid. Hebt u specifieke vragen omtrent een individuele patiënt, wendt u zich dan tot de zorgverzekeraar van de betreffende verzekerde. Algemene vragen of opmerkingen over de formulieren kunt u richten aan: znformulieren@zn.nl.

  • Meer gestelde vragen

    1. Wie bepaalt de vergoedingsvoorwaarden?
    De Minister van VWS bepaalt welke geregistreerde geneesmiddelen extramuraal worden vergoed uit de basisverzekering, en onder welke voorwaarden. Zorgverzekeraars zijn belast met het uitvoeren van de wettelijke vergoedingsvoorwaarden. Op Bijlage 1 van de Regeling zorgverzekering (Rzv) staan alle geregistreerde geneesmiddelen die voor vergoeding in aanmerking komen (al dan niet met een eigen bijdrage).
    Van een aantal (categorieën) geneesmiddelen op Bijlage 1 heeft de minister aanvullend bepaald dat ze alleen onder voorwaarden vergoed mogen worden. Deze (categorieën) geneesmiddelen en hun vergoedingsvoorwaarden heeft de minister opgenomen op Bijlage 2 Rzv. Ook de dieetpreparaten staan op Bijlage 2. De actuele Bijlagen 1 en 2 Rzv vindt u op www.wetten.nl (zoektermen: regeling zorgverzekering, bijlage 1 of 2).

    2. Wat is de rol van de zorgverzekeraars?
    De minister heeft de zorgverzekeraars verantwoordelijk gemaakt voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet. De minister laat het aan de zorgverzekeraars over hoe zij toezien op naleving van de vergoedingsvoorwaarden voor de middelen van Bijlage 2 Rzv. Naast het toetsen van de Bijlage-2-voorwaarden heeft de zorgverzekeraar wettelijk ook de mogelijkheid om bepaalde (groepen) voorschrijvers aan te wijzen als aanvullende voorwaarde voor vergoeding, en te bepalen voor welke termijn het middel kan worden afgeleverd.

    3. Is voor ieder Bijlage-2-geneesmiddel een formulier nodig?
    Controle op de vergoedingsvoorwaarden van Bijlage-2-middelen vindt plaats op verschillende manieren. Zorgverzekeraars hebben de Bijlage-2-middelen ingedeeld in vier groepen:

    Groep 1: geen toetsing

    Voor deze geneesmiddelen is er geen toetsing (meer) nodig, het recept van de voorschrijver volstaat.

    Groep 2: apotheekinstructie

    Bepaalde vergoedingsvoorwaarden zijn eenvoudig in de apotheek te controleren (bv. de leeftijd van de verzekerde). De apotheker controleert op basis van de apotheekinstructie en levert al dan niet ten laste van de zorgverzekeraar af. Er hoeft door de voorschrijver dus geen formulier te worden ingevuld.

    Groep 3: artsenverklaring en apotheekinstructie

    Bij deze geneesmiddelen dient de voorschrijver een artsenverklaring in te vullen, om (zelf) te beoordelen of de verzekerde voldoet aan de vergoedingsvoorwaarden. De apotheker controleert of het formulier volledig is ingevuld en ondertekent en doet soms nog aanvullende controles obv de apotheekinstructie. Vervolgens wordt al dan niet ten laste van de zorgverzekeraar afgeleverd.

    Groep 4:

    Bij uitzondering is een uniform beleid via deze formulieren niet mogelijk. Op dit moment betreft dat een aantal PAH geneesmiddelen en de anticonceptiemiddelen. Op de website van de individuele zorgverzekeraar staat aangegeven hoe met geneesmiddelen in deze groep wordt omgegaan.

    4. Hoe werkt de artsenverklaring?
    De voorschrijver vult bij A de verzekerdegegevens in, doorloopt bij B een stroomschema en ondertekent bij C. In sommige gevallen kan de artsenverklaring alleen door een bepaalde voorschrijver ingevuld worden (bv. een internist); dit staat dan op het formulier vermeld. Alleen volledig ingevulde en ondertekende verklaringen kunnen door de apotheek worden beoordeeld. De apotheker of de leverancier dieetpreparaten dient de beoordeling vast te leggen bij D. De volledig ingevulde artsenverklaringen dienen conform de wettelijke termijnen bewaard te worden. Zorgverzekeraars kunnen achteraf (steekproefsgewijs) controles uitvoeren om de rechtmatigheid van de declaratie vast te stellen.

     5. Hoe werkt de apotheekinstructie?
    De apotheekinstructie geeft aan of en hoe de wettelijke voorwaarden in de apotheek gecontroleerd moeten worden. Wordt een recept met een artsenverklaring aangeboden in de apotheek, dan worden de controles uitgevoerd die op de apotheekinstructie staan beschreven. Na het doorlopen van deze controles wordt bepaald of het geneesmiddel afgeleverd mag worden ten laste van de zorgverzekeraar. De apotheker tekent voor deze controle op de artsenverklaring. Het getekende formulier wordt bij het recept in de apotheek bewaard ten behoeve van controle achteraf door de zorgverzekeraar. 

    6. Wat is de geldigheidsduur van de artsenverklaring en/of de apotheekinstructie?
    Op de artsenverklaring staat in kolom 3 aangegeven of en voor welke termijn het geneesmiddel mag worden afgeleverd ten laste van de zorgverzekeraar. Verklaring van de gebruikte codes in kolom 3 (ook vermeld op de apotheekinstructie onder Stap 2):

    • XO: mag niet worden afgeleverd ten laste van de zorgverzekeraar.

    • XZ: mag niet worden afgeleverd ten laste van de zorgverzekeraar, valt onder het ziekenhuisbudget.

    • 01 tot 36: de maximale afleverduur in maanden waarvoor mag worden afgeleverd ten laste van de zorgverzekeraar. Vanaf 1 maart 2018 geldt voor bijna alle geneesmiddelen een afleverduur van 36 maanden. Dit geldt ook voor lopende artsenverklaringen. De nieuwe versies van de formulieren staan vanaf 1 maart 2018 op de site.  Deze zijn dus alleen nodig voor NIEUWE patiënten. Formulieren met een geldigheidsduur van 12 maanden, die na 1 maart 2017 zijn ingevuld lopen automatisch twee jaar door.

    • ∞: mag worden afgeleverd ten laste van de zorgverzekeraar zonder einddatum.

    Als de vermelde termijn verlopen is, dient een nieuwe artsenverklaring te worden ingevuld.

    Bij sommige middelen dient een vergoedingsvoorwaarde bij iedere aflevering te worden gecontroleerd; dat staat dan duidelijk vermeld op de apotheekinstructie.

    7. Wat te doen bij een ‘weesindicatie’?
    Voor een aantal geneesmiddelen op Bijlage 2 Rzv geldt dat het middel ook vergoed kan worden bij een weesindicatie, indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    • het geneesmiddel is voor die indicatie niet geregistreerd;

    • het betreft een ziekte die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners;

    • de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie is wetenschappelijk onderbouwd;

    • in Nederland is voor die aandoening geen behandeling mogelijk met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel

    De behandelend arts kan voor deze indicaties rechtstreeks bij de betreffende zorgverzekeraar een gemotiveerde vergoedingsaanvraag doen. De zorgverzekeraar heeft dan de volgende gegevens nodig: • NAW-gegevens en verzekerdenummer van de patiënt; • de exacte indicatie plus het geschatte aantal patiënten in Nederland; • behandelingen die al hebben plaatsgevonden, en het resultaat daarvan; • gepubliceerd onderzoek naar de werkzaamheid bij de betreffende indicatie; • behandelrichtlijn of –protocol, indien van toepassing;

    8. Wat als de indicatie waarvoor het middel is voorgeschreven niet op de artsenverklaring staat?
    Als de registratie van een geneesmiddel wordt uitgebreid met een nieuwe indicatie, betekent dat bij een Bijlage-2-geneesmiddel niet automatisch dat het dan meteen ook voor de nieuwe indicatie wordt vergoed. Als Zorginstituut Nederland (ZINL) positief adviseert over de nieuwe indicatie, zal VWS doorgaans de Bijlage-2-voorwaarden uitbreiden. Op dat moment kan de nieuwe toepassing worden vergoed en zal dus ook de artsenverklaring worden aangepast.

    9. Hoe om te gaan met reizigersmedicatie?
    De vergoeding van geneesmiddelen in geval van ziekterisico bij reizen (inclusief reizigersvaccinaties) is uitgesloten in het Besluit zorgverzekering art.2.8 lid 2b: Farmaceutische zorg omvat geen geneesmiddelen in geval van ziekterisico bij reizen. Dit staat los van de nadere vergoedingsvoorwaarden van Bijlage 2 voor DKTP-, hepatitis A- en hepatitis-B-vaccin. Zorgverzekeraars controleren deze voorwaarden niet vooraf. Dat betekent echter niet dat reizigersmedicatie door de apotheker gewoon gedeclareerd kan worden bij de zorgverzekeraar. De apotheker dient reizigersmedicatie niet bij de zorgverzekeraar te declareren, maar in rekening te brengen bij de verzekerde. Deze kan de nota, indien gedekt door een aanvullende verzekering, dan zelf bij de zorgverzekeraar indienen.

    10. Wat als de artsenverklaring er anders uitziet dan de artsenverklaring van de ZN-site?
    De artsenverklaringen en apotheekinstructies op de ZN-site zijn opgesteld door de gezamenlijke zorgverzekeraars, en van de inhoud kan niet worden afgeweken. Het is mogelijk dat een zorgaanbieder bv, informatie wil toevoegen. Dat kan, maar een formulier uit andere bron dan ZN is alleen geldig als het integraal en exact de inhoud van het ZN-formulier bevat.

    Versie 1.23– 1 maart 2018

  • Hoe kun je zien of er een formulier moet worden ingevuld?

    Dit is te vinden in de Tabel bijlage 2. Er zijn 4 mogelijkheden:

    • Groep 1: betekent dat de voorschrijver geen formulier hoeft in te vullen, zorgverzekeraars vinden controle niet (meer) nodig
    • Groep 2: betekent dat de voorschrijver geen formulier hoeft in te vullen, de apotheek voert wel een eenvoudige controle uit mbv de apotheekinstructie
    • Groep 3: de voosrchrijver moet de artsenverklaring invullen. De apotheek controleert de artsenverklaring mbv de apotheekinstructie
    • Groep 4: bij een aantal PAH geneesmiddelen (nr. 28) regelt de verzekeraars de controle via hun contracten met de leveranciers van deze geneesmiddelen. De voorschrijver hoeft geen formulier in te vullen. Bij de anticonceptie (nr. 64) is een uniform beleid niet mogelijk vanwege vergoedingen vanuit de verschillende aanvullende verzekeringen. Verder zitten er op dit moment geen geneesmiddelen in groep 4.

    De indeling in deze vier groepen wordt ondersteund door Z-Index in de G-standaard. Elke maand vindt zo nodig een actualisering plaats